Geluid plant zich voort in de vorm van geluidsgolven. De snelheid waarmee dit gebeurt hangt af van het medium waarin de geluidsgolf zich voortbeweegt. Bij lucht bijvoorbeeld de temperatuur, vochtigheidsgraad en eventuele tegenwind. Geluidsgolven variëren in grootte, afhankelijk van de trillingsfrequentie. Hoe hoger de trillingsfrequentie (dus hoe meer golfjes per tijdseenheid en ook per lengte-eenheid), hoe hoger de waargenomen toon. Voor mensen hoorbare trillingsfrequenties liggen tussen de 20 en 20.000 Hz. Hogere frequenties (dus kortere golven) tot 800 MHz noemt men ultrasone trillingen. Nog hogere frequenties worden hypersone trillingen genoemd.

Geluidsgolven gedragen zich net als bijvoorbeeld watergolven. Ze kunnen zich bij grote druk ophopen, of ze kunnen rond een obstakel buigen, tegen een vaste wand terugkaatsen en bij overgang naar een ander medium afbuigen. Geluid met lange golven (lage tonen) reist het verst omdat kleine voorwerpen de basisstructuur van de golven niet aantast. Dat is ook de reden waarom bijvoorbeeld de misthoorn van een schip zo’n lage toon heeft: hij moet zo ver mogelijk dragen. Het nadeel van lage tonen is echter wel, dat zij door een plat oppervlak minder goed worden gereflecteerd? dan hoge tonen met hun korte golfjes; deze laatste ketsen sneller af. Op dit effect zijn sonarpeilingen? gebaseerd. Wanneer de korte geluidsgolfjes afketsen op een voorwerp hoort men een hoge ‘ping’toon. De frequentie hiervan valt binnen het kader van de ultrasone geluiden.

Geluidsgolven zetten de lucht of het medium waardoor het reist in beweging. Een saillant voorbeeld daarvan was het effect van de reuzendrum bij een Londens instrumentmakersbedrijf. Die bracht zulke lange geluidsgolven voort (minder dan 20Hz) en het geluid hiervan was dus zo laag, dat het voor het menselijk oor niet waarneembaar was. Maar wanneer de drum geslagen werd (men hoorde alleen een zacht, droge klap van het contact van slagbol met de drum) zag men wel de kleding van de omstanders flapperen.

Er zijn dieren, bijvoorbeeld de olifant die van deze, voor ons onhoorbare geluiden gebruik maken om over grote afstanden met elkaar te communiceren.