Geluidsvermogen wordt meestal indirect bepaald op basis van geluidsdrukken op meerdere punten rondom de geluidsbron. Geluidsvermogen van apparaten die naar een laboratorium kunnen worden gebracht worden meestal in een geluidsdode kamer of in een galmkamer gemeten.

Er wordt of een “vergelijkingsmethode” of een “directe” methode gebruikt.

Bij de vergelijkingsmethode wordt de geluidsdruk die het apparaat produceert vergeleken met de geluidsdruk van een standaard “Referentie Geluidsbron”. Dit is de meest gebruikte en goedkoopste methode.

De directe methode kan op twee manieren worden uitgevoerd. In de dode kamer methode wordt het geluidsniveau gemeten helemaal rondom het apparaat, op een oppervlak dat het apparaat geheel omsluit. Al deze gegevens worden gecombineerd om het geluidsvermogen te bepalen. In een galmkamer hoeft het geluidsniveau slechts op enkele plaatsen gemeten te worden in deze ruimte. Het geluidsvermogen wordt dan bepaald uit:

LW = SPL + 10Log(A) – 6,2

A = de absorptie in de galmkamer in vierkante meters open raam.