De meetmethode hangt af van de situatie. Er zijn verschillende internationaal gestandaardiseerde methoden.
N.B.: de hierna genoemde standaarden zijn Amerikaans of misschien verouderd. De Nederlandse norm voor geluidsisolatie is NEN 5077

De wand die moet worden getest bevindt zich tussen twee ruimtes. Volgens de test procedures (zoals ASTM E-90 in een laboratorium en E336 in een bestaand gebouw) wordt hard, breedbandig en constant geluid gemaakt aan de ene kant van de wand (het raam, of de muur) die getest wordt. Vervolgens wordt de hoeveelheid geluid dat door het materiaal heen komt gemeten. De verhouding tussen het invallende geluid en het doorgelaten geluid is de “geluidsreductie”, die meestal wordt uitgedrukt in decibel. Als de geluidsreductie bovendien nog wordt gecorrigeerd voor de hoeveelheid geluidsabsorptie in de ontvangstruimte, dan wordt het resultaat het “transmissieverlies” genoemd. Deze metingen worden uitgevoerd voor het gehele frequentiegebied, en bestaan dus maximaal uit 24 getallen, voor elke 1/3 octaafband.

Er is ook een manier om de geluidsisolatie in één getal uit te drukken. In de VS gebeurd dit volgens de procedure ASTM E413. Het frequentiegebied hiervoor is 125-4000 Hz. De gemeten isolatie wordt dan vergeleken met een referentiecurve. De waarde van deze curve bij 500 Hz wordt de “Noise Isolation Class (NIC)” genoemd of de “Sound Transmission Class (STC)”

De internationale norm, ISO140-3 levert op dezelfde manier de geluidsreductie en het transmissieverlies. Maar de ééngetals waarde volgens ISO 717 gebruikt het frequentiegebied tussen 100 en 3150 Hz.

Soortgelijke methoden worden gebruikt voor contactgeluid, dat kan optreden in appartementsgebouwen, bijvoorbeeld door naaldhakken op een parketvloer. De metingen vinden plaats door met een automatische hamer op de vloer te hameren, met een snelheid van 10 hamerslagen per seconde. Het geluidsniveau in de kamer hieronder wordt dan gemeten, volgens ASTM E492 of ISO 140-4 en 717.