Voorzetwanden met het doel de geluidisolatie van een achterliggende meestal steenachtig basiswand te verbeteren, moeten zijn samengesteld uit buigslap plaatmateriaal. Buigslap wil zeggen dat de constructie minder goed in staat is geluid af te stralen in het hoorbare toongebied dan een buigstijve constructie.

Plaatmaterialen

Buigslappe plaatmaterialen zijn relatief dun.  Geschikte plaatmaterialen zijn:

  • gipskartonplaten, dikte 12,5 mm
  • gipsvezelplaten, dikte 10 mm
  • cementgebonden vezelplaten, dikte 12 mm
  • multiplex, dikte 18 mm
  • spaanplaat, dikte 18 mm
  • MDF-plaat, dikte 18 mm

Gipskartonplaten worden het meest gebruikt. Ze zijn gemakkelijk te verwerken en kunnen worden aangebracht op houten of metalen  regels of staanders, die op of voor de muur zijn geplaatst.

Door een dubbele laag platen “koud” op elkaar aan te brengen  zonder tussen-liggende luchtlaag, verdubbeld het gewicht zonder dat de constructie stijver wordt. De platen mogen niet met elkaar worden verlijmd.

Door het extra gewicht neemt de geluidisolatie bij de lage tonen toe. Daarenboven is de voorzetwand steviger, slagvaster.

Ongeschikt zijn buigstijve constructies van bijvoorbeeld gipsblokken of gasbetonblokken. Hoewel deze constructies zwaarder zijn dan constructies die zijn samengesteld uit dunne plaatmaterialen wordt dat ‘voordeel’ volledig teniet gedaan door hun buigstijfheid. Starre contacten zijn bij dat soort constructies niet te vermijden en zijn funest voor een goede geluid isolerende prestatie. Deze constructies stralen geluid extra goed af. Een voorzetwand van een dergelijke materiaal kan de geluidisolatie zelfs verminderen! 

Bevestiging

De voorzetwand wordt op enige afstand van de basiswand aangebracht. Hoe groter de afstand en hoe hoger het gewicht met behoud van buigslapte, des te beter de werking van de voorzetwand over een breed frequentiegebied.

In praktijk is een spouwruimte van 5 cm voldoende. De volgende bevestigingswijzen genieten de voorkeur:

  • op verende regels van hout of metaal bevestigd op de muur (zie ..)
  • op metalen U-profielen bevestigd tussen een vloer- en plafondprofiel vrijstaand voor de muur (zie..)
  • op houten staanders voor de muur, bevestigd aan een vloer- en plafondregel (zie ..)
  • kant-en-klaar producten van gipsplaten op glaswol of kunstof vlokkenschuim gelijmd op de muur (regelwerk niet nodig).

Resultaten

Het resultaat dat in de praktijk met een goede voorzetwand kan worden bereikt is  geen kwestie van het simpel optellen van decibellen. Zo kan een voorzetwand onder ideale laboratoriumomstandigheden een isolatiewinst tonen van meer dan 20 dB. In de folders van de leveranciers van voorzetwanden wordt veelal dit geflatteerde resultaat vermeld. In de praktijk blijft daarvan maar een fractie over. De flankerende geluidoverdracht speelt een doorslaggevende rol.

Voorts is de isolatiewinst van de voorzetwand op een lichte dunne muur is veel groter dan op een zware betonnen muur.

Door het dichten van geluidlekken kan een grote winst in geluidisolatie worden geboekt. Daar zal altijd aandacht aan moeten worden besteed alvorens kan worden gedacht aan de plaatsing van voorzetwanden. Onderstaande resultaten is de isolatiewinst vermeld, die kan worden bereikt in het geval de geluidlekken gedicht zijn of indien deze niet aanwezig zijn.

In woningen met steenachtige wanden zonder ernstige geluidlekken en/of extreme flankerende geluidoverdracht via bijvoorbeeld doorlopende lichte dakvlakken of gevels zijn van een goede voorzetwand aan een zijde van de muur de volgende resultaten te verwachten:

ruimte-scheidende wand     verbetering (DIlu)

dB

steens-dikke muur

(massa ca. 475 kg/m3)

            2 tot 4
  2steens-dikke muur

(massa ca. 200 kg/m3)

            5 tot 7
lichte blokken wand

(massa ca. 80 kg/m3)

           9 tot 12

tabel 3: isolatiewinst door plaatsing van een goede voorzetwand

Hogere prestaties kunnen worden verwacht indien de flankerende geluidoverdracht via buigstijve binnenwanden, geveldelen en vloeren gering is. In de situatie met veel flankerende geluidoverdracht heeft plaatsing van de voorzetwand geen zin. Eerst zullen de flankerende vlakken moeten worden behandeld.

Hieronder geven wij in een veelvoorkomende situatie een overzicht van de isolatiewinst in isolatie-index (DIlu), die bereikt kan worden met een goede voorzetwand aangebracht aan één of aan beide zijden van een betonnen of gemetselde muur met een dikte van ca. 18 tot 22 cm. Daarbij onderscheiden we woningen met veel, gemiddelde of weinig flankerende overdracht. Wij gaan er van uit dat er geen geluidlekken (meer) zijn. Daardoor bevindt de geluidisolatie zich in de range tussen de klasse ‘slecht’ en ‘matig’ (Ilu,k = ca.0 dB).

flanking voorzetwand enkelzijdig voorzetwand dubbelzijdig
veel 0 tot 1 dB 0 tot 1 dB
gebruikelijk 2 tot 4 dB 3 tot 6 dB
weinig 4 tot 6 dB 5 tot 7 dB

tabel 4: verhoging van de luchtgeluidisolatie-index (DIlu) door plaatsing van voorzetwanden voor alleen de woningscheidende muur met een dikte van 20 tot 25 cm.

De geluidisolatie van woningen met een gebruikelijke flankerende geluidoverdracht zal na plaatsing van een voorzetwand aan één zijde van de woningscheidende muur nog geen klasse in kwaliteit toenemen. Wil men meer bereiken dan zal ook aandacht moeten worden besteed aan de flankerende overdracht – bijvoorbeeld een voorzetwand voor de gemetselde penanten van de gevel – en/of de buren moeten ook een voorzetwand plaatsen. De winst van een tweede voorzetwand aan de andere zijde van de muur is geringer dan die van de eerste.

Is de geluidisolatie gering ten gevolge van een slecht samengestelde muur (geluidlekken, klamplagen, loszittende pleisterlagen, schoon metselwerk e.d.) dan is met een goed sluitende voorzetwand veel meer winst te boeken dan in bovenstaande tabellen is aangegeven.

Van ‘slecht’ naar ‘goed’

Met voorzetwanden is in de meeste woningen een isolatie-index van Ilu = +5 dB het maximaal haalbare. Dit betekent dat met voorzetwanden met moeite de klasse ‘goed’ bereikbaar is. In de meeste gevallen blijft het resultaat steken in de klasse ‘matig’. Dat hoeft echter niet te betekenen het plaatsen van voorzetwanden zinloos is. U zult de verbetering zeker waarderen als de woning in de klasse ‘slecht’ of zeer ‘slecht’ valt.

Met de maatregelen zijn vormen van ernstige overlast niet oplosbaar.