De Geluidwetgeving in Nederland wordt beheerd door de ministeries van VROM, VWS en V&W. De wetgeving bestaat uit de volgende wetten, waarbij wordt aangetekend dat deze lijst waarschijnlijk niet volledig is:

  • Wet geluidhinder (Wgh). Deze bestaat sinds het einde van de jaren zeventig en vormt het juridische kader. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidshinder door onder meer industrie, wegverkeer en spoorwegverkeer.
  • Europese Richtlijn Omgevingslawaaiwordt momenteel (2003) door Nederland in de wetgeving opgenomen. De richtlijn bevat de volgende elementen:
    • harmonisatie van geluidsmaten en rekenmethoden;
    • inventarisatie van de problematiek door het maken van geluidskaarten;
    • opstellen van actieplannen;
    • bewustmaken van het publiek.
  • De ontwerprichtlijn heeft betrekking op “agglomeraties” met meer dan 250.000 inwoners en op grote infrastructurele geluidsbronnen. Op 18 juli 2004 zal Nederland deze richtlijn moeten hebben omgezet in nationale wetgeving. Dan moeten ook de agglomeraties gedefinieerd zijn In januari 2003 zal daartoe het wetsvoorstel en de Memorie van Toelichting voor advies aan de Raad van State worden voorgelegd.

  • Saneringsbesluit geluidhinder wegverkeer. Hiermee worden bestaande ongunstige situaties opgelost. Dit is een zeer langdurig proces.
  • Besluit geluidhinder spoorwegen
  • Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen
  • Wet milieubeheer. Op grond van deze wet kan een vergunning worden verleend voor een inrichting. Aan de vergunning kunnen bepaalde beperkingen worden verbonden in de vorm van geluidsvoorschriften ter bescherming van omwonenden en natuurwaarden.
  • AMvB’s. Veel kleinere bedrijven, waaronder de horeca, zijn vrijgesteld van de vergunningplicht uit de Wet Milieubeheer, maar moeten voldoen aan algemene regels die in de vorm van een algemene maatregel van bestuur (AMvB) per branche zijn vastgesteld. In deze algemene regels, die landelijk gelden, zijn ook geluidsvoorschriften opgenomen. Bij de AMvB’s kan het bevoegd gezag ‘bij nadere eis’ van de landelijke richtwaarden afwijken. De belanghebbenden worden in staat gesteld hun zienswijze te geven en eventueel de beslissing ter beoordeling voor te leggen aan de rechter.
  • Reken- en meetvoorschrift verkeerslawaai. Dit voorschrift geeft aan hoe in het kader van de Wet geluidhinder een geluidsbelasting op bijvoorbeeld woningen bepaald moet worden.
  • Reken- en Meetvoorschriften Railverkeerslawaai, geeft aan hoe met spoorweggeluid moet worden gerekend.
  • Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999. Aan de hand van de meet- en rekenmethoden van de handleiding worden geluidsniveaus bepaald. Deze handleiding wordt gebruikt bij de vergunningverlening in het kader van de Wet milieubeheer.
  • Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. De handreiking is vooral bedoeld voor ambtenaren die adviseren over het geluidsaspect in milieuvergunningen.
  • Woningwet. In het Bouwbesluit, dat op deze wet steunt, is een aantal voorschriften voor bouwwerken opgenomen. Deze voorschriften hebben betrekking op de geluidsisolatie van buiten naar binnen (bijvoorbeeld in verband met verkeerslawaai) en de isolatie tussen woningen onderling (burenlawaai).
  • Arbeidsomstandighedenwet stelt regels ter beperking van geluidshinder binnen het bedrijf ter bescherming van medewerkers. Zo moeten medewerkers soms gehoorbeschermers dragen.
  • Luchtvaartwet.Op grond van deze wet is bepaald waar de geluidszones rond binnenlandse vliegvelden liggen. In die zones moeten maatregelen getroffen worden om de geluidshinder te beperken, zoals beperking van vliegbewegingen of isolatie van woningen.
  • Wetboek van Strafrecht. In dit wetboek is het opzettelijk verstoren van de rust en het maken van rumoer of burengerucht, waardoor de nachtrust wordt verstoord, strafbaar gesteld.
  • Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV’s) van gemeenten. In APV’s staan vaak regels die als kapstok kunnen dienen voor vormen van geluidshinder die niet zijn geregeld in de Wet geluidhinder of de Wet milieubeheer. Denk hierbij aan het blaffen van honden of het gekraai van een haan, lawaaiige hobby’s, popconcerten etc.
  • Wet op de ruimtelijke ordening. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening worden streek-, structuur- en bestemmingsplannen gemaakt. Hiermee is het mogelijk er, in een vroeg stadium, voor te zorgen dat belangrijke lawaaibronnen, zoals bijvoorbeeld industrieterreinen, niet te dicht bij de woonomgeving worden gesitueerd.
  • Circulaire Bouwlawaai. Deze geeft wat regels voor het lawaai bij bouwen, zoals heien, pompen en dergelijke.
  • Circulaire Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting. Vanwege de publicatie datum wordt dit de “schrikkelcirculaire” genoemd. Deze geeft aanwijzingen voor de beoordeling van transportbewegingen buiten de inrichting bij de vergunningverlening op grond van de Wet milieubeheer
  • Tracéwet: In deze wet zit veel geluidwetgeving opgenomen die bedoeld is voor de aanleg van wegen en spoorlijn die MER-plichtig zijn.
  • Besluit op de Milieu effect rapportage: grotere projecten moeten voordat tot uitvoering wordt besloten intensief op milieueffecten worden bekeken, waaronder ook geluid. Er moeten alternatieven voor de ingreep in kaart worden gebracht, alsmede een “meest milieuvriendelijk alternatief”, dat echter wegens geldgebrek meestal niet wordt uitgevoerd.
  • Spoedwet wegverkeer is erop gericht de aanleg van spitsstroken en dergelijke te versnellen, door hetzij de Tracéwet procedure te volgen, hetzij het treffen van maatregelen uit te stellen.